Kennisbank

Hoeveel access points heb ik nodig?

Eén router in de meterkast is zelden genoeg. Zo bepaal je hoeveel access points een woning of bedrijfspand nodig heeft, en waarom meten belangrijker is dan rekenen.

D&D TechLeestijd ± 6 min

Twee vragen: hoe ver en hoeveel tegelijk

Het aantal access points volgt uit twee dingen. Dekking: komt het signaal overal sterk genoeg aan? En capaciteit: kan een access point alle apparaten die er tegelijk op zitten goed bedienen? Een grote, lege loods heeft vooral een dekkingsvraag. Een vergaderzaal of restaurant met tientallen telefoons en laptops vooral een capaciteitsvraag. Je rekent beide uit en neemt het hoogste getal.

Wat de dekking bepaalt

  • Muren en vloeren. Hout en gips laten WiFi redelijk door, baksteen minder, beton met wapening en staal het minst. Een betonvloer betekent in de praktijk: elke verdieping zijn eigen access point.
  • Glas, metaal en water. Coatings op isolatieglas, metalen kasten, stellingen, koelcellen en aquaria dempen het signaal sterk.
  • De frequentieband. 5 GHz en 6 GHz zijn veel sneller dan 2,4 GHz, maar reiken minder ver en gaan slechter door muren. Wie snelheid wil, ontwerpt op 5 of 6 GHz en heeft dus meer, dichter bij elkaar geplaatste access points nodig.
  • Plafondhoogte en plaatsing. Een access point hoort hoog en vrij, bij voorkeur aan het plafond en centraal in de ruimte die het moet bedienen. Niet in de meterkast, niet achter een kast en niet op de grond.

Vuistregels voor een eerste schatting

Onderstaande getallen gebruiken we in onze keuzehulp om een eerste indruk te geven. Ze zijn bewust voorzichtig en vervangen geen meting.

BouwwijzeOppervlakte per access point, per verdieping
Licht (hout, gips, systeemwanden)ca. 150 m²
Gemiddeld (baksteen, kalkzandsteen)ca. 100 m²
Zwaar (beton, staal, gecoat glas)ca. 70 m²
Open hal zonder tussenmurenruimer, afhankelijk van hoogte en stellingen

Voor capaciteit rekenen we met ongeveer 25 tot 35 apparaten die tegelijk actief zijn per access point. Moderne access points kunnen er technisch meer aan, maar dan zakt de snelheid per apparaat merkbaar.

Rekenvoorbeeld. Een kantoor van 300 m² over twee verdiepingen met bakstenen muren, met zo'n 25 apparaten tegelijk. Dekking: 150 m² per verdieping gedeeld door 100 m² is 2 per verdieping, samen 4. Capaciteit: 25 apparaten is 1 access point. Het hoogste getal telt: ongeveer 4 access points.

Waarom meer kleine cellen beter werkt dan één sterke zender

Het is verleidelijk om één krachtig apparaat midden in het pand te zetten. Maar een telefoon zendt veel zwakker dan een access point: het access point "hoort" je telefoon vaak al niet meer terwijl je telefoon nog volle streepjes toont. Meerdere access points op lager vermogen, verdeeld over het pand, geven stabielere verbindingen en laten apparaten soepel overstappen (roamen) als je rondloopt.

Van schatting naar ontwerp

Met een plattegrond kun je in planningssoftware, zoals het UniFi Design Center van Ubiquiti, een dekkingsplan doorrekenen. Dat is een goede basis, maar muren op tekening zijn niet altijd zoals ze in het echt zijn. Daarom controleren we bij de opname op locatie het ontwerp met een meting, en na de installatie opnieuw.

  • Minstens één access point per verdieping.
  • Elk access point met een netwerkkabel aangesloten (zie bekabeld of mesh?).
  • Extra aandacht voor drukke ruimtes: vergaderzalen, kantines, terrassen, klaslokalen.
  • Buiten (tuin, terras, terrein) apart bekijken: daar zijn buitenmodellen voor nodig.